Geneesmiddelen die invloed hebben op de nutriëntenstatus

Langdurig gebruik van bepaalde geneesmiddelen kan leiden tot ernstige vitamine- en/of mineralentekorten. Op deze pagina wordt ingegaan op een aantal geneesmiddelen die invloed hebben op de nutriëntenstatus. Waar beschikbaar staan links naar verdiepende factsheets, gepubliceerd door NPN, de branchevereniging voor voedingssupplementen. Deze factsheets zijn opgesteld in samenwerking met het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM) en de Universiteit Maastricht.

Protonpompremmers – vitamine B12 en magnesium

Protonpompremmers, zoals omeprazol en pantoprazol, zijn geneesmiddelen die de aanmaak van maagzuur remmen. Hierdoor stijgt de pH in de maag, waardoor vitamine B12 en magnesium minder goed kunnen worden opgenomen. Bij vitamine B12 komt dit doordat een lage pH nodig is om vitamine B12 uit voeding vrij te maken. Daarna bindt vitamine B12 aan intrinsieke factor (IF), een eiwit dat nodig is voor de opname van vitamine B12 in het laatste deel van de dunne darm. Ook voor de afgifte van IF is een lage pH in de maag nodig. Voor magnesium lijkt de hogere pH de opname in de darm te verstoren. Als protonpompremmers langdurig worden gebruikt, kan daardoor een vitamine B12- of magnesiumtekort ontstaan. Bij een vitamine B12-tekort kunnen klachten optreden zoals tintelingen of een doof gevoel in handen en voeten, slappe beenspieren en geheugenverlies. Ook kan een vitamine B12-tekort leiden tot bloedarmoede, met klachten zoals moeheid, duizeligheid, hartkloppingen en oorsuizen. Een magnesiumtekort kan leiden tot misselijkheid, lusteloosheid, vermoeidheid en spierkrampen. Bij een ernstig magnesiumtekort kunnen hartritmestoornissen en stuipen optreden.

Het is belangrijk om bij gebruikers van protonpompremmers bedacht te zijn op een vitamine B12- en magnesiumtekort en hen te informeren over deze mogelijke tekorten en de symptomen. Vitamine B12 uit supplementen wordt anders opgenomen dan vitamine B12 uit voeding en de opname wordt daarom niet geremd door protonpompremmers.

Bekijk de Factsheet Protonpompremmers

Metformine – vitamine B12

Metformine is een geneesmiddel bij diabetes type 2. Een bijwerking van metformine is dat het lichaam minder vitamine B12 opneemt. De opname van vitamine B12 vindt plaats in het laatste deel van de dunne darm en is afhankelijk van bepaalde membraanreceptoren. Metformine interfereert met deze receptoren, waardoor vitamine B12 minder goed wordt opgenomen. Langdurig gebruik kan daardoor leiden tot een vitamine B12-tekort. Hierbij kunnen klachten optreden zoals tintelingen of een doof gevoel in handen en voeten, slappe beenspieren en geheugenverlies. Ook kan een vitamine B12-tekort leiden tot bloedarmoede, met klachten zoals moeheid, duizeligheid, hartkloppingen en oorsuizen.

Het is belangrijk om bij metforminegebruikers bedacht te zijn op een vitamine B12-tekort en hen te informeren over een mogelijk tekort en de symptomen.

Bekijk de Factsheet Metformine

Hydrochloorthiazide – kalium en magnesium

Hydrochloorthiazide is een diureticum dat wordt gebruikt bij hoge bloeddruk. Het kan leiden tot kalium- en magnesiumtekorten doordat meer mineralen via de urine worden uitgescheiden. Een kaliumtekort kan klachten veroorzaken zoals hartritmestoornissen, vermoeidheid, spierzwakte, krampen, spierpijn en buikklachten. Een magnesiumtekort kan leiden tot misselijkheid, lusteloosheid, vermoeidheid en spierkrampen. Bij een ernstig magnesiumtekort kunnen hartritmestoornissen en stuipen optreden.

Het is belangrijk om bij gebruikers van hydrochloorthiazide bedacht te zijn op een kalium- en magnesiumtekort en hen te informeren over deze mogelijke tekorten en de symptomen.

Bekijk de Factsheet Hydrochloorthiazide

Prednison en prednisolon – calcium, vitamine D en kalium

Prednison en prednisolon zijn corticosteroïden die worden gebruikt om ontstekingen in het lichaam te onderdrukken. Langdurig gebruik kan bijdragen aan botontkalking doordat deze middelen de opname van calcium in de darm verminderen, de uitscheiding van calcium via de urine verhogen en de botaanmaak remmen. Daarnaast kunnen prednison en prednisolon door hun mineralocorticoïde werking ervoor zorgen dat het lichaam meer kalium uitscheidt, waardoor een kaliumtekort kan ontstaan. Mogelijke klachten bij een kaliumtekort zijn hartritmestoornissen, vermoeidheid, spierzwakte, krampen, spierpijn en buikklachten.

Het is belangrijk om bij gebruikers van prednison en prednisolon bedacht te zijn op een calcium- en kaliumtekort en hen te informeren over deze mogelijke tekorten en de symptomen. Vitamine D ondersteunt de opname van calcium in het lichaam. Bij het langdurig gebruik van prednison en prednisolon is daarom het advies om naast voldoende inname van calcium vitamine D te suppleren. De aanbevolen dosering is 20 µg (800 IE) per dag.

Bekijk de Factsheet Prednis(ol)on

Anticonceptiepil (combinatiepil) – foliumzuur en magnesium

De combinatiepil, die uit de hormonen oestrogeen en progestageen bestaat, kan bij langdurig gebruik leiden tot lagere foliumzuur- en magnesiumspiegels in het lichaam. Voor foliumzuur is het nog onduidelijk of een lagere spiegel ook daadwerkelijk leidt tot een tekort. Een foliumzuurtekort kan leiden tot bloedarmoede, met klachten zoals vermoeidheid en duizeligheid. Ook kunnen darmklachten optreden. Een magnesiumtekort kan leiden tot misselijkheid, lusteloosheid, vermoeidheid en spierkrampen. Bij een ernstig magnesiumtekort kunnen hartritmestoornissen en stuipen optreden.

Het is belangrijk om gebruikers van de anticonceptiepil te informeren dat door langdurig gebruik de foliumzuur- en/of magnesiumstatus kan verslechteren.

Bekijk de Factsheet Anticonceptiepil (combinatiepil)

NSAID’s – ijzer, vitamine B12 en vitamine C

NSAID’s, zoals ibuprofen, diclofenac en acetylsalicylzuur, zijn geneesmiddelen die worden gebruikt bij pijn en ontstekingen. Acetylsalicylzuur wordt daarnaast ook gebruikt als antistollingsmiddel. Niet-selectieve NSAID’s kunnen het risico op maag-darmbloedingen verhogen. Hierdoor kan op termijn een ijzertekort ontstaan. Bij gebruik van acetylsalicylzuur kunnen daarnaast lagere vitamine B12-spiegels optreden. Een mogelijke verklaring is dat acetylsalicylzuur het maagslijmvlies beschadigt, waardoor minder intrinsieke factor en maagzuur worden aangemaakt. Hierdoor kan vitamine B12 minder goed worden opgenomen. Voor vitamine C zijn er aanwijzingen dat gebruik van acetylsalicylzuur samenhangt met lagere vitamine C-waarden, maar het onderliggende mechanisme is nog niet bekend. Een ijzertekort kan leiden tot vermoeidheid, kortademigheid, duizeligheid en een verminderd concentratievermogen. Een ernstig ijzertekort kan leiden tot bloedarmoede. Bij een vitamine B12-tekort kunnen klachten optreden zoals tintelingen of een doof gevoel in handen en voeten, slappe beenspieren en geheugenverlies. Een vitamine B12-tekort kan ook leiden tot bloedarmoede, met klachten zoals moeheid, duizeligheid, hartkloppingen en oorsuizen. Een vitamine C-tekort kan leiden tot een verminderde weerstand en vertraagde wondgenezing.

Het is belangrijk om gebruikers van NSAID’s te informeren dat langdurig gebruik kan leiden tot verlaagde bloedwaarden van ijzer, vitamine B12 en vitamine C. Bij langdurig gebruik wordt geadviseerd deze waarden te monitoren. Bij symptomen van bloedarmoede door ijzertekort wordt geadviseerd de NSAID te stoppen. Als de bloedarmoede daarna blijft bestaan, wordt ijzersuppletie voorgeschreven in een dosering van 100 tot 200 mg, één tot drie keer per dag. Bij gebruik van NSAID’s in combinatie met protonpompremmers is het risico op een vitamine B12-tekort verhoogd. Bij een vastgesteld vitamine B12-tekort wordt 1000 µg cyanocobalamine per dag voorgeschreven.

Bekijk de Factsheet NSAID’s

Statines – co-enzym Q10 en vitamine D

Statines zijn cholesterolverlagende geneesmiddelen die vaak worden voorgeschreven bij hart- en vaatziekten. Een veelvoorkomende bijwerking van statines is spierpijn of krachtverlies. Statines remmen de aanmaak van cholesterol. Hierdoor neemt niet alleen de cholesterolproductie af, maar ook de productie van stoffen die nodig zijn voor een normale mitochondriale functie, waaronder co-enzym Q10. Daarnaast bleek uit onderzoek dat een grote groep statinegebruikers met spierpijn vitamine D-deficiënt is. Een mogelijke verklaring is dat door de lagere cholesterolproductie minder cholesterol beschikbaar is voor de synthese van vitamine D. Een tekort aan co-enzym Q10 kan leiden tot energieverlies, spierpijn of spierzwakte. Een vitamine D-tekort kan ook spierpijn veroorzaken.

Het is belangrijk om gebruikers van statines te informeren dat spierklachten mogelijk samenhangen met een tekort aan co-enzym Q10 of vitamine D. Bij patiënten die spierpijn, spierzwakte of ernstige spierkrampen ervaren, wordt geadviseerd het gebruik van de statine gedurende één maand te stoppen. Als de klachten verdwijnen en terugkeren na herstart van de statine, kan suppletie met co-enzym Q10 worden overwogen. Daarnaast wordt geadviseerd de vitamine D-status te bepalen bij patiënten met spierklachten en vitamine D te suppleren bij verlaagde waarden.

Bekijk de Factsheet Statines

Antibiotica – probiotica

Antibiotica zijn geneesmiddelen die worden gebruikt bij bacteriële infecties. Een bijwerking van antibiotica is dat niet alleen schadelijke bacteriën worden gedood, maar ook nuttige darmbacteriën. Hierdoor kan het evenwicht van de darmmicrobiota verstoord raken, waardoor antibiotica-geassocieerde diarree kan ontstaan, vooral bij gebruik van breedspectrumantibiotica. Antibiotica-geassocieerde diarree komt voor bij ongeveer één op de vier volwassenen die antibiotica gebruiken.

Er zijn aanwijzingen dat probiotica het risico op antibiotica-geassocieerde diarree kunnen verminderen. Wanneer een probioticum wordt gebruikt, geldt de aanbeveling om dit gedurende de gehele antibioticakuur en tot één à twee weken na afloop van de kuur in te nemen. Daarbij wordt geadviseerd het probioticum twee uur na inname van het antibioticum te gebruiken.

Bekijk de Factsheet Antibiotica