RIVM onderzoekt het jodiumbeleid in Westerse landen
Jodium is een belangrijk mineraal voor een goed werkende schildklier en voor de ontwikkeling van de hersenen bij kinderen. In Nederland krijgen de meeste mensen genoeg jodium binnen, maar de inname is de afgelopen jaren gedaald. Dit komt doordat mensen minder brood eten, minder zout gebruiken vanwege gezondheidsadviezen en vaker kiezen voor plantaardige voeding, die meestal weinig jodium bevat. Daarom onderzoekt het RIVM hoe andere Westerse landen hun jodiumbeleid hebben ingericht.
Vergelijking tussen zestig landen

Het RIVM onderzocht het beleid in zestig landen, waaronder bijna alle Europese landen en enkele andere Westerse landen. In veel landen is het verplicht om jodium aan zout toe te voegen, terwijl in andere landen producenten zelf mogen beslissen of zij gejodeerd zout gebruiken. Een aantal landen heeft helemaal geen beleid, zoals het Verenigd Koninkrijk, Ierland, IJsland en Japan. In Japan is dit logisch, omdat mensen daar veel jodium binnenkrijgen via de consumptie van zeewier en vis. Voor enkele landen was het beleid niet duidelijk.
Daarnaast geven veel landen een advies over jodiumsupplementen, meestal gericht op zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven en vrouwen met een kinderwens. In Nederland is dit advies beperkter en geldt het alleen voor zwangere vrouwen met onvoldoende jodiuminname via de voeding.
Het Nederlandse beleid
In Nederland is het gebruik van gejodeerd zout vrijwillig. Voor brood wordt het gebruik wel actief gestimuleerd, waardoor brood de belangrijkste bron van toegevoegd jodium is. Sinds 2008 mag gejodeerd zout, naast brood, keukenzout en vleeswaren, ook in veel andere voedingsmiddelen worden verwerkt. De verwachting was dat hierdoor bijna al het brood en ongeveer de helft van de overige producten met gejodeerd zout zouden worden bereid. In de praktijk bleek dit minder vaak te gebeuren, waardoor de gemiddelde jodiuminname sinds 2008 is gedaald.
In veel andere landen is het beleid strenger en wordt jodium in meer producten of in bijna al het zout verplicht toegevoegd. Ook hebben veel landen uitgebreidere adviezen voor supplementen dan Nederland.
Moeilijk te bepalen wat het beste werkt
Het rapport laat zien dat het lastig is om vast te stellen welk beleid het meest effectief is. De jodiumstatus wordt in veel onderzoeken gemeten met één urinemonster, terwijl dit slechts een momentopname geeft. Daarnaast wordt beleid niet overal even goed uitgevoerd. Soms bestaan er regels voor gejodeerd zout, maar gebruiken producenten of consumenten het nauwelijks. Hierdoor zijn de resultaten tussen landen moeilijk te vergelijken.
Op weg naar toekomstbestendig beleid
De kennisnotitie van het RIVM is de eerste stap in het project Naar een toekomstbestendig jodiumbeleid. Dit project onderzoekt welke aanpassingen in Nederland nodig kunnen zijn om de jodiuminname ook in de toekomst voldoende te houden. In vervolgonderzoek worden verschillende scenario’s verder uitgewerkt. Op basis daarvan kan het ministerie van VWS bepalen of het huidige beleid moet worden aangepast.
Bron
RIVM (2025). Overzicht van jodiumbeleid en mate van succes hiervan in Europa en Westerse landen buiten Europa. https://www.rivm.nl/publicaties/overzicht-van-jodiumbeleid-en-mate-van-succes-hiervan-in-europa-en-westerse-landen
